Zelfbouw van Pijporgels, Violen en Cello's Willem Taverne

Welkom op mijn website

(Website bijgewerkt t/m 1 oktober-2018)

NB: Op 1 januari 2017 ben ik ook begonnen met viool- en cellobouw na hiervoor een cursus te hebben gevolgd bij Huismuziek/Bouwerskontakt, inmiddels is de 4/4 (hele) viool klaar en ben ik aan een 3/4 Stradivarius "Messiah" kopie begonnen

In het voorjaar komt een fotoreportage van de bouw van de 4/4 viool, een nauwkeurige kopie van een viool van Peter Guarneri uit 1735.

Binnenkort wel alvast een fotoserie.

Op 1 mei 2009 besloot ik om na het stoppen met mijn zeilhobby een andere uitdaging aan te gaan, daarom even een korte voorgeschiedenis; 

In mijn jongensjaren had ik een radiohobby en maakte daarvan later mijn beroep en werd Radio/TV Technicus, er moest dus een andere hobby worden gevonden. Dit werd het bouwen van elektronische orgels. In de loop van enkele jaren ontstonden er drie complete exemplaren.

* Huisorgel  met twee klavieren, 13-tonig pedaal, nagalm en eindversterker in teakhouten kast.

* Keyboard , gebouwd voor een muziekband, modern voor die tijd! (ca. 1965).Voorzien van 13-tonig stokpedaal, verwisselbare steekregisters, nagalm etc. in een met  kunstleer beklede behuizing.  

* Huisorgel  met 1 klavier en elektronische toetscontacten voor 3 voetmaten, gebouwd op bestelling voor een gezin. Het orgel was voorzien van 13-tonig stokpedaal, ingebouwde versterker en (veer) nagalm.

NB: Ik noem deze elektronische (analoge) orgels nu Opus 1, 2 en 3.  

Na 6 jaren gewerkt te hebben als Radio/TV technicus in diverse Radio/TV bedrijven, aanvaardde ik  een drukke baan  bij een grote multinational als hoofd Technische Dienst Consumer Electronics.

Hierdoor bleef er nog maar weinig tijd over om met mijn orgelhobby verder te gaan. Bovendien hadden mijn vrouw en inmiddels 3 kindjes natuurlijk recht op de meeste aandacht!

Na mijn pensionering kreeg ik meer tijd en besloot zoals gezegd mijn orgelhobby weer op te vatten, maar wel in plaats van elektronische- nu pijporgels te gaan bouwen. 

Dat bleek nog niet zo eenvoudig, want pijporgelbouw is écht een moeilijk vak! 

Daarom besloot ik om mijzelf eerst een half jaar goed op de hoogte te stellen van alle in's en out's, alvorens duur hout tot brandhout te gaan verwerken... Dit deed ik o.a. door het lezen van veel boeken en het lid worden van verschillende clubs (zie de orgel links). Bovendien bestelde ik back-copies van alle op (huis)orgelbouw betrekking hebbende tijdschriften (van o.a. Bouwerskontakt en Die Hausorgel), dit vooral om tijd in te halen en niet het wiel opnieuw te moeten uitvinden. Bovendien bezocht ik inmiddels een vijftiental professionele orgelbouwers in binnen en buitenland. 

Omdat drie van mijn kleinkinderen viool of Cello zijn gaan spelen houd ik me sinds januari 2017 ook bezig met vioolbouw, 1 exemplaar, een 4/4 viool is inmiddels klaar.  

Goede boeken over het onderwerp Orgelbouw ( nog wel tweedehands of faximile te koop) zijn o.a:   

"Orgelbouw"  van Bouwman en Oosterhof, de eerste uitgave daarvan is uit 1934 de nieuwste vierde druk uit 1971. Voor de zelfbouwer een absolute aanrader, de daarin aangegeven mensuren moeten echter wel worden aangepast aan huisorgel(kamer) gebruik. 

"Heimorgelbau"  (en kleine draaiorgels) , van Karl Bormann uit 1972, soms nog nieuw te koop,  ISBN 3-87537-221-2    

"De Orgelmaaker"  van Jan van Heurn (1804-1805!). Dit is een serie van drie studieboeken voor de orgelbouw. Er zijn nog nieuwe en tweedehands (uitsluitend faximile) exemplaren te koop voor ongeveer 100,- Euro. Saillant detail: Jan van Heurn was advocaat en procureur van professie, maar verdiepte zich zo in het metier orgelbouw dat zijn boeken nog over de gehele wereld worden gebruikt. 

"The Art of Organbuilding" van Georg Ashdown Audsley (speciaal Volume II) deze boeken zijn nog incidenteel te koop voor plusminus 25,- Euro per stuk. Het is een uitstekend boek speciaal voor de bouwers van zeer fraaie houten pijpen, waaronder bijvoorbeeld een labiale Hobo.  Voordeel is in dat geval dat speciale pijpen zoals o.a deze labiale Hobo in metaal vrijwel niet zijn te realiseren, maar in metaal natuurlijk wel als tongwerk.

"Die Orgel" van Johann Gottlob Topfer, een verkorte uitgave van zijn grote werk (een uitgave van de GdO Gesellschaft Der Orgelfreunde (zie link).

"Het Nederlandse Huisorgel  in de 17e  en 18e eeuw" van Dr A.J. Gierveld, een zeer belangrijk boek voor de huisorgelbouwer. Het boek bevat lijsten met zeer bruikbare mensuren voor de zelfbouwer.

"Bouwstoffen tot de geschiedenis van het Nederlandse Orgel" van Dr. M.A.Vente

Kijk  ook eens bij   http:\\www.boekwinkeltjes.nl  of op Marktplaats.  

Belangrijk;   een huisorgel is geen kerkorgel, over het algemeen is de mechaniek ervan kleiner vanwege het gebrek aan plaatsruimte. De pijpen moeten flink wat engere mensuren hebben dan bij een kerkorgel, dit vooral in verband met een wat meer aan de huiskamer aangepast geluidsvolume.

Kerkorgelpijpen zijn daarom vaak niet geschikt voor de huisorgelbouw, maar er zijn uitzonderingen; bij voorbeeld als de pijpen afkomstig zijn uit een klein orgel of bijvoorbeeld uit een rugwerk of uit een Mixtuur (=samengesteld register)

Het is verstandig om met een klein project (zoals bijvoorbeeld mijn positief) te beginnen om te oefenen. Overdenk elke constructie terdege voordat je een mooi stuk hout verknoeit! Probeer liever niet het wiel opnieuw uit te vinden (behalve als het tot iets nieuws/beters leidt(, hierdoor voorkom je dat je dingen meer dan 1 keer moet maken, of dat het project geheel mislukt. Daar zijn talloze voorbeelden van te vinden. Gebruik geen goedkoop hout, het is zonde daar je tijd mee te verknoeien.

Belangrijk: Maak gebruik van de ervaring van orgelbouwers uit het (ook nabije!) verleden.

Gebruik zoveel mogelijk natuurlijke materialen en vermijdt zoveel mogelijk het gebruik van kunsstof en rubber, deze materialen zijn aan veroudering en/of uitdroging onderhevig.  Ook smeermiddelen met uitzondering van  grafiet, meestal alleen voor ouderwetse slepen kan je beter niet gebruiken. Smeermiddelen zijn nodig als de constructie niet deugt, dus tel uit je winst! Bij een goed doordachte constructie zijn ze meestal overbodig. Teflonspray is een lapmiddel.

Goede materialen gebruikt in de orgelbouw zijn onder andere; 

Hard- en zacht hout, rechtdradig en van goede kwaliteit dat het liefst voor het specifieke doel op de juiste wijze uit de boom is gezaagd. Dit laatste is vooral afhankelijk van het doel, voor ventielen bij voorkeur kwartiers gezaagd en voor klavieren dosse gezaagd hout gebruiken.

(Schapen)leer, messing, lood/tin legeringen, wolvilt en goede, liefst zuurvrije houtlijm. Klassieke lijmsoorten zoals beender- huiden en Vislijm zijn vooral bij Historiserende bouw en  restauratiewerk op hun plaats, Gebruik deze lijmsoorten ook bij nieuwbouw als het lijmproces omkeerbaar moet zijn. Dus als de lijmverbinding, bijv. met warmte, (of met enig voorzichtig! geweld) ooit los- of opnieuw gelijmd moet kunnen worden. Denk daarbij bij voorbeeld aan bij het maken van een massief houten (eiken) windlade. Deze moet beslist "restaureerbaar" zijn!

Modernere lijmsoorten, zoals Ponal ("witte houtlijm") zijn ook goed bruikbaar, alleen de invloed daarvan op oxidatie van orgelmetalen pijpen (een tin/lood legering) is nog onvoldoende onderzocht. Daar wordt nog  wetenschappelijk onderzoek naar verricht. 

Hierboven zie je de afbeelding van mijn eerste kleine Positief/ intoneerklavier (Opus 4). Positief betekent in deze context  "staand orgel". Op de foto op de volgende pagina bespeelt organist Erik Jan van der Hel het orgeltje tijdens de open dag van het "Bouwerskontakt" van de vereniging "Huismuziek", in 2011 gehouden in Wageningen. Inmiddels is de hele bovenverdieping van mijn huis ingericht als orgelwerkplaats. 

Vanaf 1 januari 2017 j.l. is er ook een hoek vast ingericht voor de bouw van strijkinstrumenten.  

Het nu bijna afgebouwde grote Huis/Koororgel (Opus 5), heeft drie klavieren, 14 (+2) registers en een 30 tonig pedaal. De ca. 600 pijpen worden gedeeltelijk van hout en gedeeltelijk van orgelmetaal gemaakt. Het is qua opbouw (twee windladen/werken en drie klavieren eigenlijk meer een klein kerkorgel (koororgel) te noemen. 

Het orgel is voorzien van een MIDI- Opname/Weergave- interface, zodat er ook met Hauptwerk "stil" op kan worden gespeeld (PC Organ wordt niet meer ondersteunt  is daarom weggelaten in het definitieve softwarepakket). Verder is het nu ook mogelijk om midi-bestanden die op dit, of andere orgels zijn opgenomen automatisch door het orgel te laten afspelen door middel van de eveneens aanwezige elektrische tractuur met 2 x 56  elektromagneten met digitale PWM-aansturing voor de 2 x 56 ventielen. 

De speelautomaat met magneten en besturingselektronica zijn op een verwijderbare balk aangebracht. Ze zijn in een wip te verwijderen als dat nodig mocht zijn. De magneten zijn op geen enkele manier aan de mechanische tractuur verbonden, maat "stoten"die slechts aan.

NB: Elders op mijn website lees je nog meer over dit orgel.

Zie s.v.p. ook   

http://www.zoetermeeractief.nl/z-meerders/portretten/966-willem-taverne