Waaruit bestaat een pijporgel?

Het pijporgel wordt wel "de Koningin der muziekinstrumenten" genoemd.
Niet onterecht! Afhankelijk van de dispositie, d.w.z. het aantal werken en registers heeft de organist eigenlijk een heel orkest ter beschikking.
De registerklanken zijn ten dele imitaties van muziekinstrumenten, zoals bijvoorbeeld Trompet, Fagot, Fluit en Bazuin.
Specifieke orgelregisters (labiaalpijpen) zijn bijvoorbeeld de Prestant (meestal in het front), Oktaaf, Quint en Terts, Mixtuur, Cimbel en Scherp (allen prestant-achtig). Deze registers zijn dus geen imitatie van bestaande muziekinstrumenten.
Er zijn twee soorten pijpen; Labiaal (lippen) pijpen, het geluid ontstaat bij deze pijpen door de luchtkolom rechtstreeks in trilling te brengen, zoals bij een blokfluit.
Volgens dit principe werken alle prestanten en fluiten.  
Verder kennen we tongpijpen, de laatsten bevatten een tongetje waarmee de lucht in trilling wordt gebracht, zoals bij een mondharmonica. Hiermee kunnen bijvoorbeeld de trompet, saxofoon en fagot worden nagebootst.
Later op deze site meer over de constructie en werking van de verschillende registers.

Luister hier naar alle kerkorgelregisters!

* Het prachtige hierboven afgebeelde orgel is het lohman orgel in de Oude kerk te Zoetermeer. Er worden zeer regelmatig concerten op gegeven, zie http://www.concertenzoetermeer.nl/.
 
* De geschiedenis van het onstaan en evolutie van het pijporgel vind je op http://nl.wikipedia.org/wiki/Pijporgel.

* Op Youtube staat een leuk filmpje waarop je kunt zien hoe een pijporgel werkt, Kijk op: 
Yvonne Jaspers vertelt je er in dat filmpje alles over!

Het orgel is een complexe samenstelling van een groot aantal componenten. De bouw ervan vergt niet alleen groot vakmanschap op een breed terrein, maar ook artistiek en muzikaal talent.
Een pijporgel bestaat minimaal uit de volgende delen:

* Een of meerdere windladen waarop een groot aantal pijpen plaats vindt
* Een windkast met speelventielen
* De windvoorziening; een oorspronkelijk met de hand of voeten bediende blaasbalg. Tegenwoordig meestal een elektrisch aangedreven windmotor, meestal voorzien van een drukregelaar
* Een magazijnbalg = voorraadbalg
* Een of meerdere manualen (klavieren), aantal toetsen per manuaal is meestal 54 of 56
* Een pedaalklavier met ca 30 toetsen
* De tractuur, deze verbindt de toetsen van de klavieren met de ventielen
* Het regeerwerk: de registertrekkers of knoppen voor het inschakelen van de verschillende registers (stemmen) = pijpenrijen
* Orgelpijpen van metaal en/of van hout, per compleet register zijn er 54-56 nodig. Bij sommige registers, bij voorbeeld Mixtuur, Cimbel of Scherp of bij een Blokwerk klinken er tot wel 6 pijpen per toets. Ook bij registers als Cornet(3-5 sterk) en Sexquialter (2 sterk) klinken er meerdere pijpen tegelijk

Al deze delen van het pijporgel zullen in de loop van de tijd de revue passeren en zelfbouw ervan worden beschreven op deze website of in door mij geschreven publikaties.

In een groot (kerk)orgel zijn meestal een tot enkele duizenden pijpen aanwezig. Het grootste door een Nederlandse bouwer (Van den Heuvel in Dordrecht) gebouwde orgel staat in Parijs (St. Eustache) en bevat meer dan 8000(!) pijpen. Ik ben er ooit wezen kijken en luisteren en ben er nog steeds van onder de indruk!
Mijn huisorgel zal het, evenals een klein kerk- of koororgel met "slechts" ongeveer 600 pijpen moeten doen verdeeld over 15 registers.
Enkele rijen pijpen worden daarbij "dubbel"gebruikt, zoals bij bijv. de Cornet.

Is orgelmuziek nog van deze tijd?
Echt wel!
Jammer is dat door de ontkerkelijking het orgelspel steeds minder actueel wordt; veel kerken sluiten, maar gelukkig niet allen. De mooiste, meestal oude kerken staan gelukkig mét de gehele inboedel, dus ook het orgel, op de monumentenlijst.
Wat ook blijft zijn de fraaie orgels in de meeste concertzalen. 
Het digitale orgel is ook niet weg te denken uit dit geheel, al is de klank ervan vaak slechts (letterlijk) een kopie van de klank van een echt pijporgel. Hierover later wellicht meer.
Orgelmuziek verheugt zich echter toch nog altijd in een brede belangstelling, kijk en luister maar eens op YouTube! Kijk ook maar eens naar de verschillende Concertagenda's op onze beroemde orgels.
Orgelbouwers hebben naast incidentele nieuwbouw nog altijd veel werk met het restaureren, ombouwen en verplaatsen van bestaande orgels. Bij nieuwbouw wordt vaak ten dele materiaal uit een vorig orgel gebruikt.
Nederland was (en is!) een belangrijk orgel(bouw)land met vele beroemde orgelbouwers. 
Theaterorgels worden voor zover mogelijk geadopteerd door de NOF (Nederlandse Orgel Federatie), zodat ook dit cultureel erfgoed behouden blijft. Zie www.janhuls.home.xs4all.nl

Een opmerking ten aanzien van het bovenstaande:
Het zou al een hoop schelen als de kerken een deel van de dag open zouden zijn, dit is echter meestal niet het geval. In vroeger tijden waren de kerken open en werd er vaak op het orgel gespeeld. Nu zijn kerken met uitzondering van de Kerkdiensten en enkele kerken tijdens de vakanties meestal gesloten.
Zelfs als (amateur)orgelbouwer is het vaak niet mogelijk om een orgel te bekijken of te beluisteren zonder eerst een afspraak te moeten maken. Door dit alles wordt de liefde voor het orgelspel niet bepaald bevorderd!

Huisorgels:
De op deze website beschreven orgels zijn voornamelijk huisorgels. Een huisorgel is geen klein kerkorgel, maar een speciaal orgeltype voor gebruik in relatief kleine ruimten met meestal vrijwel geen akoestiek.
De dispositie (aantal en soort stemmen) worden hierop aangepast en de mensuren (de diameter van het pijpwerk) zijn vaak een stuk enger. Ook de intonatie wordt erop aangepast.
De frontpijpen staan vaak zo dat ze naar binnen spreken, dit om een goede versmelting van de klanken te waarborgen. ook wordt hierdoor de luidheid gedempt.

Het in aanbouw zijnde huisorgel is echter ook te gebruiken als koororgel in een kerk of in een grotere ruimte. Voor gebruik als huisorgel kunnen er jalouzien worden gesloten, zodat de geluidsterkte wordt beperkt.