Windladen: Hoofdwerk en Borstwerk

Het orgel krijgt twee windladen, een Hoofdwerk en een Borst- of nevenwerk.
De laden zijn bestemd om er de pijpen op te plaatsen voor een van beide klavieren.
Het derde klavier bespeelt beide laden tegelijk, er staan dan 15 registers ter beschikking.

Vroeger en ook nu nog worden windladen van kerkorgels vaak van eiken vervaardigd. Uit historisch oogpunt is dit te verkiezen, maar er worden ook vaak laden van bijvoorbeeld een hoge kwaliteit Berken tri- en multiplex gebruikt. Er mogen geen onderbrekingen in de lagen aanwezig zijn. Controleer dit alvorens het te kopen.
Het is voor zelfbouw het meest geschikt en een lade gaat indien goed ontworpen en gemaakt wellicht langer mee zonder problemen (lekkage) dan een eiken exemplaar.
Bij een eiken lade wordt massief materiaal gebruikt, dit is ondanks voldoende droging onderhevig aan krimp en uitzetting, met op langere termijn barsten en scheuren ten gevolge. Dit probleem is er bij Berken multiplex niet. ook is dit materiaal voor een zelfbouwer beter te bewerken.
Gebruik bij dit soort windladen voor de scheien (schotjes) ook triplex en geen massief hout. Dit laatste "werkt" minsten 10 maal meer dan triplex, met gegarandeerd lekkage als gevolg!. 
Bij nauwkeurig bouwen zal de lade na in elkaar gelijmd te zijn geen lekken vertonen tussen de cancellen, voor de zekerheid is het verstandig om ze toch maar te lijmwateren, dit is volgieten van de cancellen met ca. 40% verdunde witte houtlijm en uiteraard weer leeg laten lopen. Zet de lade 100% waterpas op een tijdelijke steun, met de lekbak voor de lijm eronder.